Voordat een aanbestedende overheid je offerte inhoudelijk beoordeelt, controleert ze eerst of je als ondernemer überhaupt in aanmerking komt. Dat is de kwalitatieve selectie — een filter waarmee de overheid nagaat of kandidaten en inschrijvers geschikt zijn om de opdracht uit te voeren. Het gaat niet om de kwaliteit van je offerte, maar om de kwaliteit van je onderneming.
De selectie verloopt in twee stappen: eerst worden de uitsluitingsgronden gecontroleerd (mag je meedoen?), vervolgens de selectiecriteria in strikte zin (kun je het aan?). In dit artikel leggen we beide stappen uit, met de aandachtspunten die in de praktijk het verschil maken.
Stap 1 — Uitsluitingsgronden
De uitsluitingsgronden bepalen of je de toegang tot de opdracht wordt ontzegd. De wet maakt een onderscheid tussen drie categorieën.
Verplichte uitsluitingsgronden (artikel 67)
De aanbestedende overheid moet je uitsluiten als je (of een lid van je bestuur of directie) onherroepelijk veroordeeld bent voor een van de volgende strafbare feiten:
- Deelneming aan een criminele organisatie
- Omkoping en corruptie
- Fraud
- Terroristische misdrijven of financiering van terrorisme
- Witwassen van geld
- Kinderarbeid en mensenhandel
Deze uitsluitingsgronden zijn absoluut: de aanbesteder heeft hier geen beoordelingsmarge. Een veroordeling leidt automatisch tot uitsluiting, tenzij je kunt aantonen dat je afdoende corrigerende maatregelen hebt genomen (de zogenaamde self-cleaning).
Uitsluitingsgronden inzake fiscale en sociale schulden (artikel 68)
Je wordt uitgesloten als je fiscale schulden (btw, directe belastingen) of sociale schulden (RSZ-bijdragen) hebt die niet zijn betwist of waarvoor geen afbetalingsplan loopt. In België verifieert de aanbestedende overheid dit doorgaans zelf via Telemarc.
Concreet: op het moment van de uiterste indieningstermijn mag je geen openstaande schulden hebben bij de RSZ of de fiscus, tenzij het totaalbedrag minder dan 3.000 euro bedraagt, of tenzij je een lopend afbetalingsplan hebt waarvan je de termijnen stipt naleeft.
Facultatieve uitsluitingsgronden (artikel 69)
De aanbestedende overheid kan je uitsluiten — maar is daartoe niet verplicht — als je in een van de volgende situaties verkeert:
- Violation of environmental, social, or labor law
- Faillissement, vereffening, of surseance van betaling
- Ernstige beroepsfout die je betrouwbaarheid in het gedrang brengt
- Vervalsing van mededinging (bv. prijsafspraken met andere inschrijvers)
- Belangenconflict dat niet op een andere manier kan worden verholpen
- Eerdere ernstige tekortkoming bij de uitvoering van een overheidsopdracht
- Valse verklaringen in het kader van de selectie
De aanbestedende overheid moet in het bestek vermelden welke facultatieve uitsluitingsgronden ze toepast. Controleer dit altijd bij elke nieuwe opdracht.
Stap 2 — Selectiecriteria
Als je de uitsluitingsgronden doorstaat, beoordeelt de aanbesteder je op drie soorten selectiecriteria. De wet (artikel 71) hanteert een gesloten systeem: alleen criteria die binnen deze drie categorieën vallen, zijn toelaatbaar.
Beroepsgeschiktheid
De aanbesteder kan eisen dat je bent ingeschreven in een relevant beroeps- of handelsregister, of dat je een specifieke vergunning of erkenning bezit. Voorbeelden:
- Erkenning als aannemer — voor werkenopdrachten boven bepaalde bedragen is een erkenning in de juiste klasse en categorie verplicht (bv. categorie D, klasse 5 voor bouwwerken boven 900.000 euro).
- Inschrijving in het KBO — de Kruispuntbank van Ondernemingen moet je activiteiten als NACE-code bevatten die overeenkomen met de opdracht.
- Specifieke vergunningen — bv. een milieuvergunning, veiligheidsattest, of registratie bij het FAVV voor voedingsgerelateerde opdrachten.
Economische en financiële draagkracht
De aanbesteder wil weten of je financieel sterk genoeg bent om de opdracht uit te voeren. Veelgevraagde bewijsstukken zijn:
- Jaarrekeningen (of uittreksels) van de laatste twee tot drie boekjaren, neergelegd bij de Nationale Bank.
- Specifieke omzetcijfers — bv. een minimumomzet in de sector die relevant is voor de opdracht, of een totale jaaromzet die minstens het dubbele bedraagt van de opdrachtwaarde.
- Bankverklaring — een verklaring van je bankinstelling dat je onderneming solvabel is en in staat is het contract financieel te dragen.
- Bewijs van verzekering — een polis beroepsaansprakelijkheidsverzekering met voldoende dekking.
Belangrijk: de eisen moeten proportioneel zijn. Een aanbesteder mag voor een opdracht van 50.000 euro geen omzet van 5 miljoen euro eisen. De wet van 22 december 2023 (KMO-toegang) heeft dit principe versterkt.
Technical and professional competence
Hier toont je aan dat je de opdracht inhoudelijk aankunt. De bewijsmiddelen variëren per type opdracht:
Bij werken:
- Lijst van vergelijkbare werken uitgevoerd in de afgelopen vijf jaar, met attesten van goede uitvoering afgeleverd door de opdrachtgever.
- Bewijs van de vereiste erkenning (categorie en klasse).
- Beschrijving van de technische uitrusting en kwaliteitsborgingsmaatregelen.
Bij leveringen:
- Lijst van voornaamste leveringen in de afgelopen drie jaar, met vermelding van bedrag, datum en publiek- of privaatrechtelijke afnemer.
- Beschrijving van de technische faciliteiten en kwaliteitscontrole.
- Monsters, beschrijvingen of foto’s van de te leveren producten.
Bij diensten:
- Lijst van voornaamste diensten in de afgelopen drie jaar, met vermelding van bedrag, datum en afnemer.
- Studie- en beroepskwalificaties van de dienstverlener en het personeel dat de opdracht zal uitvoeren.
- Opgave van het gedeelte van de opdracht dat eventueel in onderaanneming wordt gegeven.
Beroep op de draagkracht van derden
Voldoe je zelf niet aan alle selectiecriteria? Dan kun je je beroepen op de draagkracht van andere entiteiten — een onderaannemer, een moedervennootschap, of een andere partner. De juridische aard van de band speelt geen rol, maar je moet aantonen dat je daadwerkelijk over de middelen van die entiteit zult beschikken bij de uitvoering van de opdracht.
De derde entiteit moet zelf ook vrij zijn van de verplichte uitsluitingsgronden. Als een aanbestedende overheid vaststelt dat de derde entiteit niet voldoet aan de selectiecriteria of onder een verplichte uitsluitingsgrond valt, moet ze je de kans geven die entiteit te vervangen.
Impliciete verklaring op erewoord
Bij opdrachten onder de Europese drempels geldt in België de impliciete verklaring op erewoord: het loutere feit dat je een offerte of aanvraag tot deelneming indient, houdt in dat je verklaart niet in een uitsluitingssituatie te verkeren. Je hoeft geen apart document in te dienen — maar de aanbesteder kan de waarachtigheid van die verklaring op elk moment verifiëren, en doet dat in de praktijk altijd voor de gunning.
Bij opdrachten boven de Europese drempels vervangt het UEA (ESPD) deze impliciete verklaring door een expliciete, gestructureerde eigen verklaring.
Selectie versus gunning: het verschil
Een veelgemaakte fout is de verwarring tussen selectie en gunning. Het onderscheid is fundamenteel:
Selectiecriteria gaan over de ondernemer: ben je betrouwbaar, financieel gezond, en ervaren genoeg? Ze worden beoordeeld vóór de inhoudelijke beoordeling van de offerte.
Gunningscriteria gaan over de offerte: bied je de beste prijs-kwaliteitverhouding? Ze worden beoordeeld ná de selectie.